22 | 08 | 2017

Noordkust

door: Marinus Brijker

noordkust

Oppervlakte: circa 1000 hectare kwelders.
Eigendom/beheer: Stichting Groninger Landschap, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat, particulieren.
Ligging: tussen Eemshaven en Lauwersmeer.


Inleiding

  steenloper
 
Steenloper

De dijk van de Noordkust is een streep tussen land en zee, een strakke scheiding van zoet en zout. De wandelaar of de fietser op de dijk ervaart een overweldigend gevoel van ruimte en weidsheid met hier en daar een meeuw, een Scholekster of een Tureluur. Wie een kijker bij zich heeft, is beter af. Hij kan zien dat er meer vogels zijn dan alleen die in de buurt van de dijk zitten. Een telescoop ontsluiert de rijke vogelwereld van het wad pas echt goed. Het overkomt me regelmatig dat ik zit te tellen op de dijk en dat een wandelaar me vraagt wat ik aan het doen ben en of er iets bijzonders te zien is. Soms laat ik zo iemand dan even door mijn telescoop kijken en de reactie is er steevast een van verbijstering: zoveel vogels!


Ontstaansgeschiedenis

De Noordkustdijk vormt de jongste zeekering van de provincie en begrenst de laatste inpolderingen. De dijk is begin jaren tachtig van de twintigste eeuw op deltahoogte gebracht. De huidige kwelders zijn ontstaan uit de landaanwinningswerken die vanaf 1935 werden uitgevoerd. Het doel daarvan was de natuurlijke sedimentatie en daarmee de opslibbing en uitbreiding van kwelders te stimuleren. Men legde bezinkvelden aan die zijn omgeven door rijshoutdammen en men groef sloten en greppels om de hogere delen te ontwateren. Aan de landzijde van de kwelder heeft dat bijna overal geleid tot de vorming van kwelders waar de oorspronkelijke structuur van kweldervakken, sloten en greppels nog steeds goed zichtbaar is. Aan de wadzijde liggen nog steeds bezinkvelden. Deze worden in stand gehouden om de achterliggende kwelders te beschermen tegen erosie. Op sommige plaatsen, zoals westelijk van de haven van Noordpolderzijl, zijn nog delen over van oudere, hogere kwelders, die zijn ontstaan door het werk van boeren in het gebied. Van oudsher probeerden de boeren in het gebied door landaanwinning hun akkerareaal te vergroten. Als een stuk buitendijks land zo hoog was opgeslibd dat het bijna nooit meer onder water liep, werd het bedijkt. De boeren werkten daarbij samen en zo zijn onder andere de Negenboerenpolder en de Zevenboerenpolder ontstaan. De eigendomsversnippering van het gebied wordt weerspiegeld in het beheer. Veel delen van de kwelder zijn totaal verruigd met zeekweek, andere zijn begraasd en kennen een korter vegetatietype met meer variatie. Op sommige plaatsen zijn in de zomer paarden ingeschaard, op andere plekken lopen runderen of schapen. In het kader van het kwelderherstelplan worden de kwelders voor een deel nieuw ingericht en geschikt gemaakt voor wisselende begrazing door runderen en schapen. Dat moet vooral de broedvogels ten goede komen. De dijk zelf wordt van mei tot november intensief begraasd door schapen.
Het is handig om de deelgebieden van de Noordkust aan te geven met de namen van de jongste binnendijkse polders. Van oost naar west en te beginnen bij de Eemshaven zijn dat: Emmapolder, Lauwerpolder, Noordpolder, Linthorst-Homanpolder, Negenboerenpolder, Julianapolder en Westpolder. Alles bijeen beslaat de Noordkust een strook van 32 kilometer waar veel vogelplezier is te beleven en waar sommige deelgebieden hun specialiteiten hebben.Daar komen dan nog een paar bijzondere gebieden bij die aan de binnenkant van de dijk liggen en waar het water min of meer brak is. Dat zijn Ruidhorn in de Emmapolder, de Klutenplas in de Noordpolder en Feddema’s Plas in de Julianapolder. In de toekomst zal daar in de Negenboerenpolder misschien Deikum bijkomen. Deze binnendijkse gebieden vormen als het ware een keten van brakwatergebieden die een idee moeten geven van de geleidelijke overgang tussen zout en zoet, zoals die ooit langs deze hele kust bestond.


Vogels

Broedvogels

kluut  
Kluut
 

De belangrijkste broedvogels van de noordkust zijn Scholekster, Bergeend, Tureluur, Graspieper en Rietgors (de laatste twee vooral in de verruigde delen van de kwelder), Wilde Eend, Kuifeend, Eidereend en sporadisch Krakeend. In de kwelder van de Negenboerenpolder broeden Kluten in kleine kolonies met verspreid liggende nesten. In de kwelders van de Negenboerenpolder en de Julianapolder broeden hier en daar Visdieven en Noordse Sterns. Ooit waren daar grote kolonies van Kokmeeuwen. Die zijn nu verdwenen maar vooral in de Negenboerenpolder worden geregeld broedpogingen gedaan. Een enkele keer kun je Bruine Kiekendief als broedvogel tegenkomen. Kleine Mantelmeeuw komt sporadisch als broedvogel voor, evenals Bontbekplevier. ’s Zomers foerageren Lepelaars op de kwelder.
Binnendijks broeden in met riet begroeide sloten Blauwborst, Kleine Karekiet, Rietzanger en Bosrietzanger. In de Klutenplas is er sinds enige tijd weer een grote en succesvolle Klutenkolonie.
Een aparte vermelding verdient de Grauwe Kiekendief: sinds kort broedt hij op de akkers langs de Noordkust en je kunt hem binnen- en buitendijks jagend aantreffen.

Trekvogels in voor- en najaar

De trektijd vormt de ware glorie van de Noordkust. Hoewel in het bijzonder voor de zangers de belangrijkste trekroute een paar honderd meter landinwaarts van de dijk ligt, kun je op en vanaf de dijk enorme aantallen trekkers waarnemen. De steltlopers gebruiken het wad voor kortere of langere tijd als tussenstation om bij te eten en ze overtijen op de kwelder en op de bezinkvelden aan de wadkant. Vanaf begin mei tot half juni en vanaf half augustus tot begin november gaat het om Bonte Strandloper, Kanoetstrandloper, Krombekstrandloper, Zilverplevier, Kievit, Goudplevier, Bontbekplevier, Strandplevier, Kluut, Wulp, Regenwulp, Scholekster, Tureluur, Zwarte Ruiter, Groenpootruiter, Steenloper, Kokmeeuw, Stormmeeuw en Zilvermeeuw. Verder mag je Smelleken, Roodpootvalk (soms in het voorjaar), Bruine, Blauwe en Grauwe Kiekendief, Buizerd en Ruigpootbuizerd verwachten. Op en langs de dijk Oeverpieper, Graspieper (eind april kan het gebeuren dat gedurende een etmaal vele duizenden passeren - het gepiep is dan niet van de lucht), Tapuit, Paapje, (Noordse) Gele en Witte Kwikstaart en natuurlijk Boerenzwaluw.

Wintergasten

Een hoogwatertelling in de Noordpolder eind januari: een Grote Mantelmeeuw zit schijnbaar ongeïnteresseerd op een rijsdam. Een moment later heeft hij een mannetje Pijlstaart bij de vleugel en houdt die net zo lang vast tot het beest is uitgeput en verdrinkt. Bij de laatste stuiptrekkingen begint de meeuw de eend al open te pikken.
Vanaf november tot april dansen groepen Fraters over de kwelder, zijn er Sneeuwgorzen en Strandleeuweriken en soms IJsgorzen. Grote Mantelmeeuw is een gewone gast langs de kust evenals Slechtvalk. Voorts Bonte Kraai (vooral in de Westpolder en de Julianapolder), Brandgans in grote aantallen, Rotgans, Grauwe Gans, Toendrarietgans, Wilde Eend, Pijlstaart, Smient en Wintertaling. Van de steltlopers Scholekster, Tureluur, Wulp en Zilverplevier.
In dieper water bij de Westpolder, hoek Lauwersmeer, treft men aan Grote en Middelste Zaagbek, Nonnetje, Roodkeelduiker, Fuut, Roodhalsfuut, Brilduiker en Dodaars.Binnendijks in Ruidhorn en in de Klutenplas zitten Brandganzen, Wintertalingen, Slobeenden en Pijlstaarten.

Bijzondere soorten

Op de kwelders van de Noordkust nemen we met enige regelmaat Grote en Kleine Zilverreiger waar en verder IJsvogel, Kleine Strandloper en Kleine Plevier. Zo nu en dan wordt een Velduil waargenomen, evenals een Zeearend. Na storm uit het noordwesten is het goed om uit te kijken naar Drieteenmeeuw, Kleine Burgemeester, Grote Jager, Middelste Jager en Kleine Jager. Ook de Kleine Alk is waargenomen.


Toegankelijkheid

De kwelders vallen onder de Habitatrichtlijn en zijn niet vrij toegankelijk, maar met een telescoop is het gebied in het algemeen goed te overzien. De dijk is slechts op een paar plaatsen te bereiken, maar er ligt een weg over de hele lengte tegen de binnenkant van de dijk. Daar is fietsen toegestaan. Honden zijn langs de dijk en in de kwelder verboden.

Emmapolder: aan de oostkant bij de Eemshaven is de zogenaamde Rommelhoek een goede plek om bij hoog water veel soorten in flinke aantallen waar te nemen. Rij via de N46 naar de Eemshaven en daar eerst in westelijke en vervolgens in noordelijke richting. Het is goed te begrijpen waarom juist in die hoek zoveel steltlopers zijn te vinden: er ligt een tamelijk hoge zand- en slikplaat die bij vloed heel laat onder water komt te staan en soms helemaal niet. De steltlopers worden er als het ware door het opkomende water heengedreven. ’s Winters zitten vaak ganzen op het wad.

2011-04-06ruidhorn1a

Ruidhorn

De andere plek in de Emmapolder ligt juist aan de westkant, direct ten noorden van Uithuizen. Toegang is via een weg tot aan de dijk. Pas op: in de slaperdijk ligt een stalen verkeersdrempel. Er is daar weinig parkeergelegenheid. Die weg is ook de toegang tot het binnendijkse gebied Ruidhorn. Dat is een plas van de Vereniging voor Natuurmonumenten die tegen een gasbehandelingsstation aanligt.

Lauwerpolder: alleen te bereiken via de bovengenoemde toegangsweg vanaf Uithuizen.

Noordpolder: neem vanaf Warffum de weg naar Noordpolderzijl. Goede parkeergelegenheid. Dit is bovendien de enige plek die voor rolstoelen toegankelijk is. Vanaf Noordpolderzijl ligt vier kilometer westelijk de Klutenplas, eigendom van Stichting Het Groninger Landschap. Alleen te voet of met de fiets te bereiken.

Linthorst-Homanpolder: in Westernieland langs de kerk in noordelijke richting de weg naar de dijk nemen, de slaperdijk over tot aan het werkhuisje van Rijkswaterstaat. Hier is parkeergelegenheid. Vanaf daar kun je ook naar de Klutenplas, die ongeveer twee kilometer in oostelijke richting ligt.

Negenboerenpolder: in Pieterburen is een nieuw waddenbezoekerscentrum (de Buitenplaats) en vanaf daar wordt een weg aangelegd die naar de grens tussen de Linthorst-Homanpolder en de Negenboerenpolder leidt. In de nabije toekomst komt er een voorziening om vogels te kijken. Verder: vanaf Eenrum of Pieterburen naar Broek, even westelijk van Broek de weg naar de dijk nemen. Tussen twee boerderijen door (automatische slagboom) doorrijden tot het werkhuisje van Rijkswaterstaat bij de dijk. Parkeergelegenheid. Direct oostelijk van die weg ligt in de Negenboerenpolder het toekomstige reservaat Deikum.

9boerenpolder

Negenboerenpolder

Westpolder en Julianapolder: vanaf de N361 naar Lauwersoog ter hoogte van de afslag naar Zoutkamp rechtsaf de Westpolder in. Na een aantal kilometers voert een weg naar de oostzijde van het Lauwersmeer die bij de dijk is afgesloten, want dit is militair oefenterrein. Op zaterdag en zondag is de weg open en kun je doorrijden tot Lauwersoog. Parkeren bij het werkhuisje. Het traject tussen Lauwersmeer en Noordpolderzijl is alleen te voet of met de fiets te verkennen.

Tekst ontleend aan: Roos, J.A. de, T. Jager, A.C. van Klinken 2009 Vogelgebieden in Groningen; uitgave van Avifauna Groningen. Update: februari 2011.
Kaartje: Cartografische Dienst provincie Groningen
Foto's: Ana Buren

Links: