13 | 12 | 2017

Eemshaven

door: Kees Koffijberg

eemshaven

Oppervlakte: 800 ha.
Eigenaar/beheer: Groningen Seaports.
Ligging: uiterste noordoostpunt provincie Groningen, gemeente Eemsmond.

Ontstaansgeschiedenis en toekomst

De Eemshaven werd in 1970 aangelegd onder een storm van protest van natuurbeschermers. Waardevolle kwelders en slikken van de Oostpolder maakten plaats voor opgespoten industrieterrein en havenbekkens. Van de aanvankelijk grootse plannen voor industrialisatie kwam echter weinig terecht en verdere uitbreiding richting Oudeschip en het wad van de Emmapolder ging ook niet door. De Eemscentrale domineerde lange tijd de horizon van de Eemshaven. Het aanvankelijk schaars begroeide terrein was in trek bij broedende Kluten, plevieren, meeuwen en sterns. Naarmate de vegetatie in het terrein zich verder ontwikkelde (ruigte, opslag van struweel, rietmoeras) nam het aantal broedvogels toe. ’s Winters had het terrein grote aantrekkingskracht op muizenetende roofvogels.
Rond 1985 werden tot 75 Velduilen geteld, een aantal dat tegenwoordig bijna overkomt als een hallucinatie. Hetzelfde geldt voor de ruim 100 Patrijzen die zich ’s winters in het Eemshaventerrein ophielden. In de trektijd concentreerden zich in de schaarse bosjes grote aantallen nachttrekkende zangvogels. Op sommige dagen in april-mei of september-oktober raakte het terrein bijna letterlijk overspoeld door Roodborstjes, Merels en Goudhaantjes. Goed zoeken leverde geregeld zeldzaamheden op, waaronder Draaihals, Waterrietzanger, Kleine Vliegenvanger, Bladkoning, Ortolaan en in 1983 zelfs een Kleine Zwartkop. In 1983 werd ontdekt dat de Eemshaven zich ook goed leent om de trek overdag te volgen. De telpost op het oostelijk haventerrein behoort in het voorjaar tot de beste plekken in Nederland om vogeltrek te bekijken. Bekend zijn vooral de grote aantallen roofvogels, zwaluwen, piepers en kwikstaarten en de vele zeldzaamheden. Door de strategische ligging aan de monding van de Eems stuwen vooral bij oostelijke winden grote aantallen vogels tegen de waddenkust en maken vervolgens rond de Eemscentrale de oversteek naar Duitsland. In het najaar is deze stuwing afwezig, al blijft ook dan de gunstige ligging goed voor grote aantallen overtrekkende vogels. Aanlandige wind brengt bovendien geregeld een aantal echte zeevogels voor de kust binnen zichtbereik.
eemscentrale

Eemscentrale

De ontwikkelingen voor de broedvogels bereikten rond het jaar 2000 een hoogtepunt. Bij het veldwerk voor de tweede Broedvogelatlasin 1998-2000 nam het atlasblok 03-47, waar de Eemshaven deel van uitmaakt, onder de Nederlandse atlasblokken zelfs de tweede positie in wat betreft het aantal broedende rode-lijstsoorten (22), waaronder Roerdomp, Grauwe Kiekendief, Kluut, Strandplevier, Bontbekplevier, Velduil en Tapuit. Door de recente economische opbloei heeft de Eemshaven sinds 2005 echter veel van zijn natuurwaarden verloren. Na de bouw van een tweede Eemscentrale werden rond de havens in snel tempo nieuwe opslagterreinen ingericht en werd een nieuw havenbekken gegraven. In 2007 werd het gehele westterrein en een groot deel van het oostterrein bouwrijp gemaakt. Vier grote bouwprojecten zijn momenteel in uitvoering of staan op stapel: de bouw van een groot aantal windmolens, twee nieuwe elektriciteitscentrales en een aanlandingsstation voor vloeibaar gas. Alles wat ooit in de Eemshaven was gepland lijkt nu in korte tijd realiteit te worden. Het gebied zal daardoor waarschijnlijk veel van zijn aantrekkingskracht op vogelaars verliezen, al blijft de vooruitgeschoven ligging aan de kust natuurlijk garant staan voor grote aantallen doortrekkers en gestuwde trek. Ongewis is overigens nog in hoeverre de bouw van elektriciteitscentrales en windmolens de trekbaan van voorbijvliegende vogels zal beïnvloeden en de mogelijkheid om trek vanaf de zeedijk te bekijken zal verminderen. Bovendien is veel van de struweelopslag in het terrein en langs de dijken verwijderd, zodat nachttrekkers zich overdag eerder in bosjes verder in het binnenland zullen concentreren.


Vogels

roerdomp  
Roerdomp
 

Broedvogels

Voor broedvogels is momenteel vooral het oostelijk haventerrein nog interessant, vooral het rietmoeras en de bassins met riet en struweel direct ten westen van de Eemscentrale. Hier is nog iets van de voorbije rijkdom aan broedvogels te zien, waaronder soorten als Dodaars, Zomertaling, Bruine Kiekendief, Roerdomp, Blauwborst, Rietzanger, Sprinkhaanzanger en Baardman. Een plas in het centrale deel van het terrein herbergt een kolonie Kluten. Ook Bontbekplevier en Strandplevier worden hier af en toe gezien, zij het in sterk afnemende aantallen. In de diverse (tijdelijke) zandafgravingen kunnen Oeverzwaluwen worden aangetroffen. Hier en daar in de grazige delen van het terrein komen nog Grutto’s en Tureluurs tot broeden. Kokmeeuw, Visdief en Noordse Stern broeden op het dak van de voormalige patatfabriek aan de Wilhelminahaven en op het spoorwegemplacement op het centrale haventerrein. Sinds jaren broedt een paartje Slechtvalken in de nestkast hoog aan de pijp van de Eemscentrale.

Doortrekkers en wintergasten

Nu het Eemshaventerrein grotendeels wordt ingericht, zal de aandacht van de meeste vogelaars zich vooral op de winter- en trektijd richten. In de winter loont het de moeite de zeedijk en de havenbekkens af te speuren. In de havenbekkens zijn Roodkeelduiker, Eider, Zwarte Zee-eend, Middelste Zaagbek, Zeekoet en soms ook Parelduiker, Kuifaalscholver, IJseend of zelfs een IJsduiker aan te treffen. Tussen de groepjes Steenlopers op de beide havenpieren of in de werkhaven van de Eemscentrale loont het de moeite te zoeken naar Paarse Strandlopers. De uitwatering van de centrale biedt goede mogelijkheden de verschillende kleden van meeuwen en Visdief/Noordse Stern van dichtbij te bestuderen. Af en toe verschijnen hier ook Kleine Jager en Drieteenmeeuw. In de groep grote meeuwen in de werkhaven zelf worden soms Pontische Meeuw en Grote Burgemeester gezien.
De dijktaluds langs de Eemshaven zijn goed om groepjes Sneeuwgorzen te zien. Vooral de Rommelhoek, op de grens van Eemshaven en Emmapolder, is bij deze soort favoriet. Dit is bovendien een uitgelezen locatie om bij opkomend water de grote aantallen steltlopers te bekijken die zich op het wad voor de Emmapolder concentreren. April-mei en juli-oktober zijn daarvoor de beste tijd. Naast grote aantallen Scholeksters, Zilverplevieren, Bonte Strandlopers en Rosse Grutto’s worden ook geregeld schaarsere soorten gezien, waaronder Strandplevier en Drieteenstrandloper. Het gebruik van een telescoop is vanwege de grote afstand aan te bevelen.
In de trektijd is vooral het oostelijk haventerrein interessant. Het hier nog aanwezige struweel rond de Eemscentrale, het nabijgelegen schakelstation en andere gebouwen trekken nog steeds grote aantallen zangvogels aan, met soms massale aanwezigheid van Roodborst, Merel, Fitis, Goudhaan en Kool- en Pimpelmees. Hier is ook een goede kans af en toe een Draaihals, Bladkoning, Kleine Vliegenvanger of Ortolaan tegen het lijf te lopen. De kortgeschoren grasvelden rond de centrale zelf zijn favoriete foerageerplekken voor Beflijsters. De plas in het centrale oostterrein is bij lage waterstanden in trek bij steltlopers, waaronder Temmincks Strandloper, Kleine Strandloper, Groenpootruiter, Zwarte Ruiter en soms een Steltkluut of nog zeldzamere soort.In maart-mei is de dijk ten westen van de Eemscentrale de beste plek om de trek te volgen. Hier passeren grote aantallen ganzen, steltlopers, duiven, lijsters en kraaiachtigen (vooral in maart), zwaluwen, piepers en kwikstaarten (vooral tussen half april en half mei). Vooral van Boerenzwaluw (eerste helft mei), Graspieper (half april) en Gele Kwikstaart (begin mei) passeert op goede trekdagen een vrijwel onafgebroken stroom. Roofvogels zijn vooral in april-mei vertegenwoordigd, met geregeld Visarend, Rode en Zwarte Wouw, Grauwe Kiekendief en Slechtvalk. Nergens anders in Nederland worden zoveel trekkende Smellekens gezien als hier. Steppekiekendief en Roodpootvalk worden er vrijwel jaarlijks waargenomen.
Groepjes piepers en kwikstaarten rusten bovendien vaak tussen de aanwezige schapen op de zeedijk en zijn goed voor Rouwkwikstaart of Engelse Gele Kwikstaart of zeldzamere soorten. Vanaf begin mei zijn vrijwel alle gele kwikstaarten Noordse. In recente jaren worden vanaf de telpost regelmatig bruinvissen waargenomen (een spiegelgladde zee biedt hiervoor de beste kansen).In het najaar is de trek minder massaal, maar niet minder spectaculair. Watervogels domineren dan het trekbeeld. Door de strategische ligging van de Eemshaven zijn vooral de aantallen van Kleine Zwaan, Kleine Rietgans en Brandgans opvallend groot. Een groot deel van de watervogels passeert laag over de golven voor de kust. Aanlandige wind in september-november levert soms spectaculaire zeetrek op, met Vaal Stormvogeltje, Vorkstaartmeeuw, Kleine en Middelste Jager, Rosse Franjepoot, Kleine Alk en soms Jan-van-gent of Papegaaiduiker. Voor zeevogels is de noordwestelijke punt van het westterrein doorgaans een betere locatie dan de telpost op het oostterrein (die vanuit zeevogelperspectief verder in het binnenland ligt). De mogelijkheden voor beschutting op de dijk zijn echter gering (en zullen verdwijnen omdat de windmolens op de zeedijk worden afgebroken). De werkhaven van de Eemscentrale biedt een aantal beschutte plekken om over zee te kijken.

  paarsestrandloper
 
Paarse Strandloper

Bijzondere soorten

Door zijn strategische ligging en vooral ook het grote aantal vogelaars dat het gebied aandoet zijn in de Eemshaven in de loop der jaren veel zeldzaamheden ontdekt. Naast landelijk bekende gevallen van onder andere Brilzee-eend, Kleine Zwartkop, Giervalk, Kalanderleeuwerik, Izabeltapuit en Westelijke Blonde Tapuit zijn vooral de zeldzame soorten tijdens de trektellingen opvallend, waaronder Steppekiekendief, Roodpootvalk, Morinelplevier, Zwartkopmeeuw, Lachstern, Kortteenleeuwerik, Roodstuitzwaluw, Duinpieper, Roodkeelpieper, Europese Kanarie, Ortolaan en Grauwe Gors.


Toegankelijkheid

Door zijn economische functie is de Eemshaven goed per auto bereikbaar via de N46 vanaf Groningen en de N33 vanaf Delfzijl. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is echter slecht. Het dichtstbijzijnde treinstation bevindt zich in Roodeschool (7 km). Vanwege de veerverbinding met het Duitse eiland Borkum bestaat er in juli en augustus een busverbinding met NS-Station Groningen. De toegankelijkheid in het gebied zelf is momenteel aan grote veranderingen onderhevig en zal in de komende jaren waarschijnlijk verder worden beperkt. Zo is de weg naar de telpost in het oostelijk haventerrein nu alleen nog met vergunning voor autoverkeer toegankelijk. Fietsers hebben nog steeds een voordeel omdat zij het gebied via de weg langs de zeedijk vanaf Delfzijl goed kunnen bereiken en langs de dijk mogen fietsen. De toegang tot het westterrein is niet veel veranderd, maar dit gebied is door de uitbouw van havenfaciliteiten weinig aantrekkelijk geworden (uitgezonderd de hierboven beschreven Rommelhoek). Vanuit het westterrein is het mogelijk per fiets de dijk van de Noordkust richting Noordpolderzijl te volgen.

____________________

Tekst ontleend aan: Roos, J.A. de, T. Jager, A.C. van Klinken 2009 Vogelgebieden in Groningen; uitgave van Avifauna Groningen.
Kaartje: Cartografische Dienst provincie Groningen
Foto's: Ana Buren

Links: