22 | 08 | 2017

Zuidlaardermeergebied

door: Jeroen Nienhuis

zuidlaardermeerOppervlakte: circa 375 hectare, plus het meer van 600 hectare.
Eigenaar/beheer: Groninger Landschap en boeren.
Ligging: tussen Groningen, Hoogezand en Zuidlaren, in de gemeentes Haren, Hoogezand en Tynaarlo.
Status: een deel van het gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied.


Ontstaansgeschiedenis en toekomst

In het gebied liggen twee natuurlijke meren: het Foxholstermeer en het Zuidlaardermeer. Rondom deze meren ligt een aantal polders. Van oudsher waren dit allemaal veenweidegebieden. De polders aan de westkant van de Hunze (Onnerpolder, Oostpolder, Oosterpolder) worden nog steeds grotendeels als weilanden beheerd: deels als productiegrasland, deels als natuurweiden. Door het verkavelingspatroon uit de middeleeuwen oogt het landschap nog redelijk ongeschonden. De polders aan de oostkant van de Hunze (Westerbroekstermadepolder, Kropswolderbuitenpolder) zien er heel anders uit. Ze zijn ingericht als natuur- en als waterbergingsgebied. Het is de bedoeling hier het oerstroomdal van de Hunze in oude luister te herstellen, waardoor een moeras zal ontstaan. Het beheer voor beide polders is in het klein uitgeprobeerd in Leinwijk. In het begin was dit, door het pionierstadium waarin het gebied zich bevond, een leuke plek om vogels te kijken. Op dit moment zijn alle pioniervogels verdwenen en bestaat het gebied vooral uit waterpartijen en pitrusvelden. Of dit ook het beeld van de twee grote polders wordt, zal moeten blijken. Op dit moment wisselen waterpartijen, ruigtes en door grote grazers begraasde delen elkaar af. In de toekomst worden ook delen van de Onnerpolder en Oostpolder ingericht als natuur- en noodbergingsgebied. Delen van deze polders bestaan momenteel al uit grootschalige pitrus- en rietgrasvelden. Ontwikkelingen voor de toekomst zijn moeilijk te voorspellen.


Vogels

Broedvogels

Zoals overal in ons land hollen ook hier de aantallen weidevogels achteruit. Van de graslandpolders zijn de oostelijke rand en de omgeving van de Zuiderhooidijk nog de beste stukken. Op dit moment kunnen in de veenweiden nog alle soorten weidevogels worden aangetroffen. Met name met de weidezangvogels gaat het nog opvallend goed. De nieuw als natuurgebied ingerichte delen ten oosten van de Hunze werden snel gekoloniseerd door pioniersoorten (onder andere door Kleine Plevieren, Kluten en Kokmeeuwen). Andere soorten die hier kunnen worden aangetroffen zijn Geoorde Fuut en Porseleinhoen. In de rietvelden rondom beide meren komen behalve de algemene soorten ook Baardman, Bruine Kiekendief, Roerdomp, Blauwborst en Snor tot broeden.
Andere soorten die in het gebied tot broeden komen zijn Kwartelkoning, Kwartel, Grauwe Gans, IJsvogel en Roodborsttapuit.

smienten  
Smienten

Doortrekkers en wintergasten

Door een tamelijk eenzijdige samenstelling van de visstand komen relatief nog maar weinig zaagbekken (Grote Zaagbek en Nonnetje) voor. Fuut en Aalscholver zijn talrijker. Het gebied is vooral van belang voor watervogels. In de graslandpolders kunnen grote aantallen ganzen zitten, vooral in het agrarisch beheerde stuk, dat buiten het Natura 2000-gebied valt. Kolgans is hiervan de talrijkste maar ook Brandgans, Toendrarietgans, Nijlgans en Canadese Gans zijn regelmatig aanwezig. Op de plassen in het gebied zitten ’s winters veel eenden (Smient, Wilde Eend, Wintertaling, Slobeend, Pijlstaart). De meren worden onder andere bezocht door Aalscholvers, Grote Zaagbekken en Brilduikers. Veel Kieviten en Grote Zilverreigers bevolken de polders. In het bijzonder langs de randen van waterpartijen houden zich in de trektijd groepjes steltlopers op en regelmatig worden Lepelaar, Blauwe Kiekendief, Slechtvalk, Visarend en Zeearend opgemerkt.
Kolganzen en Smienten komen in zulke grote aantallen voor dat het gebied voor hen is aangewezen als Natura 2000-gebied. Een derde soort waarvoor het gebied is aangewezen is de Kleine Zwaan, maar mede door beheer en grondgebruik zijn de aantallen van deze soort zo sterk afgenomen dat die nog maar zelden wordt gezien.

Bijzondere soorten

Meermaals in het gebied waargenomen zeldzaamheden zijn: Steltkluut, Dwergmeeuw, Witvleugelstern, Witwangstern, Velduil, Lachstern, Reuzenstern, Klapekster en Buidelmees.


Toegankelijkheid

Het gebied is goed toegankelijk per fiets. Sommige delen, zoals de Westerbroekstermadepolder en de Kropswolderbuitenpolder, zijn zelfs alleen via een fietspad te bezoeken. Aan de noordkant van het Zuidlaardermeer ligt in het zomerhalfjaar een fietspont met zelfbediening. Ook door de Oostpolder loopt een fietspad. In de Onnerpolder liggen enkele halfverharde en onverharde wegen. De meeste hiervan zijn doodlopend.


Voorzieningen

In de Westerbroekstermadepolder staat een schuilhut. Langs het Zuidlaardermeer staan twee observatietorens (Oostpolder en Leinwijk). Het gemaal aan de Zuiderhooidijk in de Onnerpolder doet dienst als uitkijkpost. In de Oosterpolder staat een vogelkijkscherm. Wandelpaden zijn aanwezig in de Oosterpolder, de Westerbroekstermadepolder en Leinwijk. Meer informatie is te vinden op de website www.groningerlandschap.nl.

____________________

Tekst ontleend aan: Roos, J.A. de, T. Jager, A.C. van Klinken 2009 Vogelgebieden in Groningen; uitgave van Avifauna Groningen.
Kaartje: Cartografische Dienst provincie Groningen
Foto: Ana Buren

Links: