13 | 12 | 2017

Schaarse vogels in Fryslân

door: Klaas van Dijk

Schaarse vogels in Fryslân

Schaarse vogels in Fryslân, door Michiel Versluys, Dick Schut & Joop-Niek IJnsen; september 2002.
Een uitgave van SOVON Fryslân (Akkrum) en de Fryske Feriening foar Fjildbiology (Heerenveen), 221 pagina's. ISBN: 90-9015684-4.
Te bestellen door € 14 (inclusief porto) over te maken op bankrekening 29.62.62.838 tnv penningmeester FFF in Heerenveen onder vermelding van naam en volledig adres.


In 1989 startte SOVON een nieuw project om losse waarnemingen van schaarse en vrij zeldzame niet-broedvogels te verzamelen. Dit 'Bijzondere Soorten Project (BSP) niet-broedvogels' is simpel van opzet. Alle waarnemingen van soorten als bijvoorbeeld Grote Zilverreiger, Zeearend, Slechtvalk, Grauwe Franjepoot, Reuzenstern, Hop, Beflijster, Sneeuwgors en Frater kun je op voorgedrukte maandformulieren invullen en gratis naar SOVON opsturen. Veel Avifaunaleden doen al jarenlang trouw mee aan dit project. In SOVON-Nieuws verschijnen regelmatig leuke overzichten met resultaten van een bepaalde soort. Friesland heeft de primeur: deze BSP-gegevens van 80 soorten zijn nu voor de hele provincie uitgewerkt.

De ruggengraat van Schaarse vogels in Fryslân bestaat uit alle BSP-gegevens uit 1989-98. Daarnaast hebben de auteurs hun uiterste best gedaan zoveel mogelijk aanvullende gegevens te verwerken. Via talloze oproepen (ook in de Grauwe Gors), literatuur en andere bronnen zijn veel extra gegevens boven water gekomen. Er zijn zelfs gegevens - van het Vogeltrekstation - gekocht! In het hoofdstuk 'Werkwijze' wordt goed uitgelegd hoe dit alles uiteindelijk resulteerde in een werkbestand met ruim 22.500 meldingen. Per soort loopt het aantal meldingen uiteen van 1 (Pontische Meeuw) tot 2.585 (Slechtvalk). In zeven atlasblokken zijn meer dan 50 soorten vastgesteld. Het hoogste aantal soorten (65) is op Schiermonnikoog gezien (blok 02-36). Terschelling scoort bijzonder goed met vier atlasblokken met meer dan 50 soorten (maximaal 62 in blok 01-53). Ook goed zijn de blokken bij Lauwersoog (59 soorten) en Kornwerderzand (53 soorten).

In hoofdstuk 3 is gepoogd een relatie te leggen tussen de wind en het voorkomen van schaarse soorten. Dit levert interessante informatie op: bepaalde soorten (bijvoorbeeld Roodpootvalk, Grauwe Kiekendief en Visarend) zijn veel gezien tijdens oostenwinden, terwijl andere soorten (bijvoorbeeld Kleine Alk, Vorkstaartmeeuw en IJsduiker) juist veel zijn gemeld tijdens westenwinden.

De soortbesprekingen (hoofdstuk 4) nemen tweederde deel van het boek in beslag. Ze zijn systematisch van opzet en goed leesbaar. Bij iedere soort wordt een grafiek (jaarpatroon over 1989-98) en een verspreidingskaart gepresenteerd. Daarnaast is de tekst royaal geïllustreerd met prachtige pentekeningen van Martin Brandsma. Over het algemeen geven de soortbesprekingen goed inzicht in het voorkomen en de verspreiding van de verschillende soorten. De kaarten zijn veelal verhelderend en de teksten zijn goed geschreven.Vaak wordt extra informatie gegeven, bijvoorbeeld bij Casarca over nazomermaxima op de Steile Bank. Gemengde gevoelens krijg ik bij de mededeling dat in 1987-88 ongeveer 20 tamme Kwakken bij Makkum zijn vrijgelaten. Leuk is, dat gepoogd is na te gaan wanneer een soort voor het eerst in Friesland is vastgesteld. Voor het eerst sedert 1884 wordt namelijk de verspreiding over geheel Friesland (inclusief Waddeneilanden) in één boek besproken. In een apart katern van 12 pagina's vinden we nog 36 kleurenfoto's van diverse soorten. Vier foto's zijn in Lauwersoog gemaakt, de rest in Friesland zelf. Er zitten flink wat foto's bij van verschillende Groninger fotografen.

Toch blijf ik met wat vragen zitten. Zo mis ik bij veel soorten schattingen van de aantallen die per doortrekperiode langstrekken en van overwinterende aantallen. Bij veel soorten staat een tabel met maxima per kwartblok, maar ik had graag wat meer een uitwerking van maximale aantallen per gebied (bijvoorbeeld Noord-Friesland Buitendijks, Schiermonnikoog of Ameland) en/of provincie gehad. Ook is het jammer dat maar de helft van de Lauwersmeer (het Friese deel) is behandeld. Ondanks deze puntjes blijft vooropstaan dat de auteurs een moeilijke klus tot een goed eind hebben gebracht. Het boek is een aanrader voor iedere Groninger vogelaar die ook wel eens over de provinciegrens kijkt.