19 | 10 | 2017

Dorrestijns Vogelgids

door: Ana Buren

Dorrestijns Vogelgids

Dorrestijns Vogelgids, Hans Dorrestijn.
Hardcover, 272 pagina's, ISBN 9789038814513.
Nijgh & Van Ditmar, 2007.

Dorrestijn schrijft met een groot enthousiasme over de vogels waar hij zich lyrisch over uitlaat. Behalve over de Merel, de Stadsduif en de Koekoek, die moet ie niet. Onversaagd stort hij zich op de herkenning van de oneindige reeks steltlopers. De piepers heeft hij opgegeven, die vindt hij te moeilijk. De Waterpieper, Oeverpieper, Graspieper, Boompieper, Roodkeelpieper en de Duinpieper: hij heeft ze uit zijn vogelgids gescheurd.
Het zal hem allemaal aan de reet roesten. Gewoon 'pieper' volstaat.
Maar zijn liefde voor de vogeltjes is werkelijk heel aanstekelijk, vooral zijn queeste naar de Roodmus, de Pestvogels en de Appelvink. De Keep is zijn lievelingsvogel en Kauwtjes worden de vreugde van zijn oude dag.
Dorrestijn is nu 66 jaar en voelt zich een bejaarde oude man. Hij koketteert met zijn eigen tekortkomingen en presenteert zich als zielige sukkel en nitwit, op een manier waar ik weinig humor in kan ontdekken. Zelfspot wordt zelfkastijding, waarbij ik denk 'doe dat nou toch niet, jongen.'

De titel van het boek zet je op het verkeerde been. Het is geen vogelgids. Het is geen veldgids en ook geen naslagwerk. Het is een boek met korte verhalen die meestal over vogeltjes, vogelervaringen en vooral over hemzelf gaan. Het boek is geïllustreerd met mooie verkleinde fotootjes van www.birdpix.nl. Aardig is dat hij foto's van vogeltjes die op elkaar lijken bij elkaar groepeert, hoewel dat wel weer het beeld versterkt dat vogelen moeilijk is. De meeste foto's komen herhaaldelijk terug. De foto van de Keep, bijvoorbeeld, is zes keer in het boek opgenomen.

Na een inleiding waarin zijn jeugdervaringen uitgebreid aan bod komen, bespreekt hij de bestaande vogelgidsen, de verrekijkers en telescopen.
De verhaaltjes worden opgebouwd van A tot Z, te beginnen met de Aalscholver. Meestal behelst het stukje een anekdote, over zijn jeugd, over de mensen die hij kent of gekend heeft, over zijn vogelvakanties. Soms staat er alleen een gedichtje. Hij associeert vrij van de Merel naar de misdaad naar paus Alexander VI. Na de Visarend volgt ineens Vogelkooitjes. Dat heeft niets met vogels te maken, maar is een aandoenlijk verhaal over de hereniging met zijn kinderen.
Aan de Zomertortel en de Zijdestaart is hij niet meer toegekomen. In plaats daarvan beschrijft hij het plotselinge sterven van een geliefd persoon.

Dorrestijns Vogelgids is een prettig leesbaar boek dat hinkt op twee gedachten: vogelboek en autobiografie.
Vooral voor een beginnende vogelaar staat er veel herkenbaars en leerzaams in beschreven. Vogelen is heel erg fascinerend, maar ook erg moeilijk, is de boodschap.
Iedere vogelaar kan zich verwarmen aan het enthousiasme en de verwondering van Dorrestijn over al wat vliegt. Het boek is niet om te lachen. Als het over mensen gaat heeft het vaak een wat verongelijkte en zure toon, hoewel het soms ook vertedering en een glimlach oproept.
Het boek is autobiografisch. Zijn liefdeloze jeugd en zijn mislukte huwelijken worden opgerakeld. Dat had hij beter niet kunnen doen. Dat heeft hij elders al beter gedaan. Wat mij het meest zal bijblijven is hoe zijn stemming geweldig kan opklaren door het zien van een vogeltje. Hij wil dan de hele wereld wel omarmen. Nou nee, dat is ook weer overdreven: een schouderklopje geven.
In het voorwoord vertelt hij dat de Staartmees zijn absolute tegenhanger is, vanwege de enorme levenslust en vriendelijkheid van het beestje. 'Als ik ooit terugkom op aarde, laat 't dan zijn in de vorm van een Staartmees. Anders hoeft het voor mij niet.' Voorlopig gunnen we hem nog maar even een leven als Pechvogel.

Het boek is die € 24,90 wel waard. Het is een mooie uitgave, stevig ingebonden en het ruikt lekker. Een sieraad voor de boekenkast.