19 | 10 | 2017

Mijn Vogels

door: Jan Allex de Roos

2007

mijnvogelsAlbert Beintema, MIJN VOGELS, Atlas 2007,
ISBN 978 90 450 0039 8, € 19,90.

Cijferwerk leidt tot fouten, schrijft Albert Beintema op blz. 427 van zijn nieuwste boek en inderdaad, in Mijn Vogels is dat ook enkele malen het geval. Het is het getal 2000 dat hem parten speelt. Zo laat hij op blz. 49
Gierzwaluwen 2000 km per uur vliegen - als dat echt zo was, zouden de Gierzwaluwen boven mijn huis voortdurend met Mach 2 door de geluidsbarrière knallen - en op blz. 277 laat hij het eiland South Georgia ruim 2000 km lang zijn. Hier heeft tot twee maal toe de factor 10 toegeslagen, ontsnapt aan de aandacht van redactrice en dochter Nienke Beintema. En als we dan toch de foutjes in dit prachtige, kloeke boek aan het begin doen: de antilopen op blz. 267 heten pronghorns, met een n, en de groene Amsterdamse parkieten op blz. 401 in het verhaal ‘Xenofobie’ zijn uiteraard Halsbandparkieten en geen Valkparkieten.

Een echt vogelboek, oorspronkelijk Nederlands! En nog wel van de hand van Albert Beintema, wiens prachtwerk Het Waterhoentje van Tristan da Cunha, Atlas 1997 en al aan de vierde druk toe, tot mijn favoriete vogelliteratuur behoort en die in 1995, alweer bij Atlas, In de voetsporen van Shackleton deed verschijnen, een bijzonder lezenswaardig verslag van vogelonderzoekswerk aan de Zuidpool, dat vreemd genoeg ooit bij De
Slegte is terechtgekomen, waar men het misschien nog altijd voor een zacht prijsje kan opdoen - wat ik iedereen kan aanraden.

Albert Beintema kan schrijven, echt goed schrijven, en dat is nog maar een van de factoren die maakt dat Mijn Vogels op de
unputdownabiliteitsschaal minstens een 9 scoort, ondanks het feit dat het hier geen lopend verhaal betreft maar een serie langere en kortere ‘lemma’s’ over onderwerpen die beginnen bij Aaibaarheid en die strikt alfabetisch via Audouins Meeuw, Bergeend, Californische Condor, Dougalls Stern, Fuutkoet, Gilaspecht, Grutto(!), Houtduif, Jan-van-gent, Lammergier, Natuurbehoud in Nederland, Ooievaar, Orang Belanda,
Pinguïns, Quetzal, Steenuil, Tureluur, Vos, Waterhoentje van Tristan da Cunha, Waterspreeuw en Woudaapje uitkomen bij Zeekoet en Zomertaling. Een andere factor is dat Beintema dertig jaar lang wetenschappelijk medewerker is geweest aan het Rijksinstituut voor Natuurbeheer, aan het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek en aan Alterra en zodoende erg veel inside-verhalen weet op te dissen over gekissebis, gemiste kansen en uiteraard ook over successen in het benauwde wereldje van Nederlands biologisch onderzoek en
daarop wél, of juist niet, gebaseerd beheer van bijvoorbeeld weidevogelgebieden. Als derde factor moet worden genoemd dat Beintema werkelijk overal ter wereld is geweest en heeft gewerkt. Voor een volledige(?) lijst van bestemmingen verwijs ik naar Beintema’s website.
‘Wij reizen te veel’ schrijft hij tot twee keer toe op blz. 403 van Mijn Vogels, maar voor dit boek komt het toch mooi uit dat de auteur veel heeft verkeerd op plekken waar anderen niet of nauwelijks komen.

Factor één zorgt ervoor dat Mijn Vogels volstaat met zinnen en zinsneden die je zou kunnen kopiëren in een schriftje, om later nog eens over na te denken, of die zo op een tegel zouden kunnen als verbeterde versies van het ‘Concert des Levens’. Wat dacht u van de opening van het stukje ‘Evenwicht in de natuur’ (blz. 77): ‘Evenwicht in de natuur bestaat niet. Dat evenwicht is een fabeltje, verzonnen door natuurliefhebbers die de mensen, die alsmaar om zich heen dat evenwicht op brute wijze verstoren, een schuldgevoel willen aanpraten.’ Daar kan ook Al Gore
het mee doen! En ook dit is een heel mooie: ‘De mens als diersoort bevalt mij wel.’ (blz. 83), als deel van een horrorverhaal over een
wereld vol bevers, die al knagend en dammen opwerpend de aarde zouden vernietigen als ze de kans kregen (en waren ingeënt tegen malaria en gele koorts). Ik ben ervan overtuigd dat Beintema, als hij daartoe de ambitie zou hebben, zonder problemen een roman zou kunnen schrijven en daarmee ook de AKO-prijs zou kunnen winnen, wat met een boek als Mijn Vogels niet zal lukken omdat wij mensen, vreemd genoeg, een enorme bewondering hebben voor uit de duim gezogen onzin en veel minder voor beschrijvingen van de echte wereld
om ons heen. Factor twee levert prachtige verhalen op als ‘Grutto’ en ‘Weidevogels’, waaruit wij kunnen leren dat bescherming zich van oudsher richt op de soort die op dat moment het meest bedreigd is. Nadat die is uitgestorven (denk aan Kemphaan) draait de machine
gewoon door met de volgende soort als speerpunt: na Kemphaan kwam Grutto en over een jaar of tien wordt die weer opgevolgd door Kievit. Factor drie uit zich in fascinerende verhalen als ‘Altantic Odyssey’, ‘Djoudj’ en ‘Sint-Helenaplevier’, de eenzaamste weidevogel ter wereld,
waarmee het helaas niet goed gaat.

Mijn Vogels is verkrijgbaar bij de erkende boekhandel bij u in de buurt, maar haast u: gisteren ging hier in de stad Groningen een bekende professor in de ornithologie met het één na laatste exemplaar naar huis.