19 | 10 | 2017

 Noord-Duitsland en Falsterbo

Herfst 2008

door: Otte Zijlstra

pruchtenDonderdag 16 oktober

We vertrokken om 7 uur ‘s ochtends. Mijn broer, die de boodschappen had gedaan en ondergetekende die de  nodige voorbereidingen had getroffen. Dat betrof  vijf dagen verblijf in een huisje op de natuurcamping  in Pruchten, vervolgens de overtocht van Rügen (Sassnitz) naar Trelleborg en drie nachten verblijf in het Falsterbo Bird Observatory.

We kwamen na een voorspoedige reis om omstreeks 16 uur aan op de camping. Na te hebben ingecheckt en betaald (120 euro viel wel mee) zijn we nog even naar het uitzichtpunt van Oie Kirr gereden. Dat is de eerste afslag nemen in het gehucht Bresewitz. Veel vogels waren er nog niet te zien. Maar tegen een uur of zes barst het los, dus je moet even geduld hebben. Dan is het al flink schemering voordat de kranen zich laten verleiden om de overnachtingplaats op te zoeken: een klein eilandje in de Barther Bodden.
Later heb ik dit punt nog een keer bezocht op een ochtend om met mooi tegenlicht opnamen kunnen maken van kraanvogels  (Grus grus) met een roodachtige gloed als achtergrond.

kraanvogelsvliegennaarfoerageerplaats
Kraanvogels vliegen naar de foerageerplaats
 

Op vrijdag zijn we richting Günz gegaan. Eerst even een doorsteek gemaakt naar een kleine plaatselijke haven waar ik, ondanks de harde wind,  nog mooi een baardmannetje kon fotograferen. Daarna door naar het uitkijkpunt (met verhoging) en naar aankomende kraanvogels gekeken en geprobeerd ze op de foto te zetten. Mijn broer met de 100-400 millimeter lens en ik met de 500 millimeter. Beide hadden we wisselend succes. De ‘crane-rangers’ hielden een oogje in het zeil opdat de mensen niet aan de wandel gingen langs de weg en opdat auto’s niet stopten langs de weg waar de kranen zich ophielden, maar naar de parkeerplaats kwamen. De kraanvogels worden hier bijgevoerd, niet met maïs (te duur) maar met een soort bonen.

Daarna verder naar het bezoekerscentrum in Gross Mohrdorf. Als je daarna nog even doorrijdt naar Hohendorf kom je bij een boerderij met een flinke hoogzit van waaruit je prima kunt fotograferen in de ochtenduren. Bijna elke dag zagen we wel één of meerdere zeearenden op verschillende plaatsen. Eén keer zat hij ochtends op nauwelijks 100 meter van de weg af op het land. Snel de auto aan de kant van de weg gezet en dat is hier nog niet zo makkelijk. Hij bleef even zitten en de reden was een prooi die in de buurt lag. Aan een begeleidende bonte kraai kon je goed zien hoe enorm beest het is.

  kraanvogelslanden
Kraanvogels landen
  zeearendbijprooi
Zeearend bij prooi samen met Bonte Kraai

Eén dag zijn we naar Rügen geweest om daar het nationale park Jasmund (met 3000 hectare het kleinste Nationale Park van Duitsland) te bezoeken. Aan de oostkant zijn er ook hoge krijtrotsen, die bezocht kunnen worden, te bewonderen. Ze rijzen ruim 160 meter uit zee omhoog. Een wandeling in de herfst is heel bijzonder vanwege de mooie herfstkleuren. Tevens hebben we een kaartje gekocht voor de boot naar Trelleborg (105 euro). Verder het Prora bezocht: het reuzenverblijf voor Hitler’s arbeiders die er echter nooit geweest zijn. Er zouden 20.000 arbeiders tegelijk aan het ontbijt kunnen zitten!  Nu raakt het ernstig in verval. Redelijk goed weer en geen regen overdag. Wel vaak een harde wind.

Bijzondere vogels hier in het Oostzeegebied aan de Duitse kant:

Zeearend:  circa vijf keer een exemplaar.
Kraanvogels:  ruim 55.000 (top ooit 70.000 in de regio).
Grote zilverreiger.
Raaf.
Bonte kraai: vervangt hier de zwarte kraai.
Rode wouw:  niet algemeen in Noord Duitsland.
Drie eksters op een afgekloven ree langs de kant van de weg.
Torenvalk.
Houtduiftrek op Zingst (circa10.000 binnen een half uur!)
Baardmannetjes.

Overtocht naar Zweden

Dinsdag 21 oktober

Op dinsdag zijn we om half vijf opgestaan om met de boot van 8 uur vanuit Sassnitz de overtocht te wagen. Het regende bij aankomst in Trelleborg, maar later werd het droog. De trek begint in Zuid Zweden niet in de herfst maar al halverwege augustus. De boompiepers openen vaak het trekfeest. Vooral de soorten die over de Sahara heen moeten vliegen zullen het eerst vertrekken naar het zuiden. Zij hebben natuurlijk ook de grootste afstand te overbruggen. Kwikstaarten moeten 5000 kilometer afleggen en de boerenzwaluw het dubbele hiervan. Om zo’n afstand af te leggen neemt veel tijd in beslag. In de Sahara rusten boerenzwaluwen vaak overdag uit; niet zozeer om energie te besparen, maar om vochtverlies te beperken. Zie ook hierna. Veel soorten eten insecten en kiezen er vaak voor om hun broedgebied te verlaten als het aantal insecten nog op peil is. Boompiepers en gele kwikstaarten zijn de soorten die vaak de overhand hebben wat hun aantallen betreft in augustus. Een goede dag levert 6000 boompiepers op. Om de trek waar te nemen moet men al ruim voor zonsopgang aanwezig zijn. De eerste uren zijn de beste.

In het boek: ‘Wings over Falsterbo’  schat men dat ongeveer 500 miljoen vogels het noorden verlaten met de herfsttrek. Sommige trekken alleen overdag, sommige zowel ‘s nachts als overdag. Sommige soorten, bijvoorbeeld ganzen, trekken in grote gesloten formaties, andere zoals spreeuwen in een warrige groep. En dan het goudhaantje die er alleen op wegtrekt op een donkere herfstnacht. En dit zijn zo maar een paar wetenswaardigheden over het fenomeen trek. Wij hebben niet de intentie het raadsel over de trek op te lossen, we willen er alleen maar van genieten. Vandaar dat we eerst de specifieke trek van de kraanvogel hebben aanschouwd en daarna zijn doorgereisd naar Zuid Zweden en bij Falsterbo van de trek hebben genoten.

 rodewouw
Rode Wouw
 
ruigpootbuizerdoptrek
Ruigpootbuizerd
 

Daar trekken overigens maar 1 tot 3 miljoen vogels over. Dat steekt schril af tegen de half miljard die eerder werd genoemd. We moeten ons realiseren dat het hier gaat om dagtrekkers omdat die alleen geteld worden. Het zal duidelijk zijn dat al is de trek gigantisch over het schiereiland Nabben het maar een zeer klein gedeelte is van het totale plaatje. Dat neemt niet weg dat het Falsterbo schiereiland veruit de beste plek is voor vogels om over te steken.
Dat heeft natuurlijk te maken met de geografische positie van het eiland om met het minste gevaar en minimale energie de overkant bereiken.

Waar we moeten zijn op het schiereiland voor de trek hangt af van de windrichting:

NW => kanaal bij Ljunghusen en Stenudden (1 km zuidwest van het kanaal).
NO => Ljungen  (de heide) & Nabben.
ZW => Nabben, Kolabacken (vlakbij golfgebouw), Kanaal en Ljungen.
ZO => Slusan (iets ten zuiden van de haven van Skanör) en Flommen.


Woensdag 22 oktober

Naar Nabben (zuidpunt van Zweden) gereden en daar rond 8 uur gearriveerd. Wat erg opviel was de enorme trek van houtduiven en dan heb ik het over tienduizenden. Ben benieuwd wat ze daar geteld hebben die dag. Ook veel trek van: vinken, kepen, groenling. Verder zagen we voorbij komen: putters, sijs, kool- en pimpelmees en ringmus. Ook drie grauwe kiekendieven en een enkele buizerd. Door de sterke tegenwind hadden de kleine zangers het moeilijk. Ook een enkele veldleeuwerik en een paar ruigpootbuizerds gespot.
Vele sperwers vlogen rond en trokken ook door, achter de zangertjes aan. Over zee diverse grote groepen brandganzen en honderden eidereenden. Ter plaatse zaagbekken en brilduikers. In het Falsterbopark zagen we een paar zwarte spechten. Eentje vloog even over de punt bij Nabben; toen hij de grote waterplas aanschouwde vloog hij spoorslags terug.


Donderdag 23 oktober

Een prachtige dag en daar hebben we goed gebruik van gemaakt. Eerst even naar de punt van Nabben en daar een herhaling van gisteren: veel trek van houtduiven en vinkachtigen. We wilden vandaag ook even naar Fyledalen. Toen we terugkwamen bij de auto werden we verrast door een viertal notenkrakers.

Daarna op naar Fyladalen. Via Malmö en Sjöbe naar Röddinge. Daar niet de eerste en ook niet de tweede afslag naar het dorpje nemen.
Circa 1  kilometer voorbij het dorp komt er een bordje Fyland: daar rechtsaf slaan. Die weg  nemen en op het eind van die weg linksaf het dal inrijden. De vallei ligt dus  ten westen van Tomelilla en bestaat uit een dal met vooral loofhout (met name beuken). De vallei is 50 meter diep en ruim 15 kilometer lang. Het dal is ruim 10.000 jaar geleden ontstaan tijdens de laatste ijstijd.
Prachtige herfstkleuren vielen ons ten deel. Op het eind hebben we even een langere stop gemaakt. Daar zagen we diverse buizerds en rode wouwen en even later ook een steenarend en daar is dit dal ook wel een beetje beroemd om. In het bos een eekhoorn en ik meende ook een boomkikker te horen.

Na een tijde weer terug naar Falsterbo, omdat we nog even bij de hei van Ljungen wilden kijken. Het is ruim een uur rijden vanaf het dal naar de hei en daar waren we om ongeveer 14 uur. Doordat het licht bewolkt weer was en er een lichte bries waaide, besloten toch nog een heleboel roofvogels de oversteek te wagen. Enkele honderden hebben we er gezien, soms in groepjes twintig. Het betrof sperwer, buizerd en ruigpootbuizerd. Enkele kruisbekken vlogen heen en weer in de naaldbomen. We hadden ons echter niet bij de hei geposteerd, maar even ten noorden van de rotonde richting Skanor. Door de zuidelijke wind kregen ze wat drift naar die kant van het schiereiland.

nabben
Nabben

Enkele officiële aantallen van de ‘migration counts at Nabben’; de twee dagen dat we er waren even een paar cijfers met elkaar vergeleken en dan kun je zien welke invloed het weer heeft op de trek.

 

Woensdag 22 oktober: zwaar bewolkt en straffe tegenwind

Donderdag 23 oktober: zonnig en weinig wind

Brandgans 4320 sterke vliegers en die gaan wel door 5350  
Eidereend 3320 idem 1450  
Sperwer 1232   1221 niet afhankelijk van de thermiek
Buizerd 0! duidelijk afhankelijk van thermiek 587 durven de oversteek nu wel aan
Ruigpootbuizerd 27   91  
Rode wouw 0   74  
Smelleken 9   0  
Kauw 1320   10360  
Houtduif 6760 wachten op betere tijden 40850! pakken deze dag om massaal door te gaan
Veldleeuwerik 46   494  

Hieruit blijkt duidelijk dat de thermiekvliegers wachten op geschikte omstandigheden. Van de houtduif is bekend dat ze wachten op geschikte (staart) wind. Maar soms overspelen ze hun hand (vleugel) en wachten ze te lang. Op een gegeven ogenblik raast het trekhormoon zo dominant door hun aders dat ze soms met slechte weer moeten oversteken. (zie ook het voornoemde boek). Op Zingst zijn we getuige geweest van de enorme aantallen trekkende houtduiven die voor een deel ongetwijfeld ook op Falsterbo doorgekomen zijn. Tot en met 25 oktober 2008 waren er al ruim 310.000 geteld. De vinken/kepen worden op één hoop gegooid omdat ze in gezamenlijke groepen doortrekken. Wel is bekend dat het merendeel vink betreft. De teller tot en met 25 oktober stond op ruim 1,1 miljoen vogels! Deze zangvogels vliegen tot het eind van de ochtend zodat ze in de middaguren nog wat kunnen foerageren. Dan kunnen ze de volgende dag weer een etappe afleggen op weg naar hun winterverblijf.


Otte W. Zijlstra, Nw. Niedorp


Literatuur

Lennart Karlsson, Wings over Falsterbo e.a. 2004. Anser supplement no.222
Bijlsma, G. Algemene en schaarse vogels van Nederland. 2001.GMB uitg. Haarlem

____________________

Links

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen