18 | 12 | 2017

Vogel van het Jaar 2014: Groene Specht (Picus viridis)

Inleiding

groenespecht
Foto: Jannie Schoonveld

De discussie over de keuze van de Groene Specht als Vogelsoort van het Jaar voor Avifauna Groningen stamt al uit 2012. Mede door het late tijdstip (maart) werd de Groene Specht toen nog even in de wachtkamer gezet. Voor de Vogel van het Jaar verkiezing in 2013 was de Groene Specht wederom een serieuze kandidaat maar de populariteit van de Geelgors bleek uiteindelijk net iets hoger na de eerste online verkiezing uit de geschiedenis van Avifauna Groningen (met 69 deelnemers). Dit jaar was het dan zover, de Groene Specht werd met enige overmacht verkozen boven concurrenten als Gierzwaluw, Bruine Kiekendief, Grote Lijster en Paapje. De Groene Specht is daarmee de 9e vogelsoort in de rij “Vogel van het Jaar” sinds de start in 2006.

De Groene Specht (Gruinspecht in het Gronings) wordt als standvogel beschouwd en de verspreiding buiten de broedtijd is nagenoeg identiek aan die in de broedtijd. Vroeger werd deze spechtensoort vrijwel uitsluitend in aaneengesloten bossen waargenomen. Tegenwoordig wordt de soort vooral in kleine (loof)bossen en halfopen cultuurlandschap met verspreide bosjes of houtwallen aangetroffen. In aaneengesloten bos zit de Groene Specht bij voorkeur aan de randen of bij kaalkappen. Ook komt de soort voor in parken, bij sportvelden, rond volkstuincomplexen en op begraafplaatsen in dorpen en steden. Groene Spechten leven bijna uitsluitend van mieren. Rode bosmieren zijn favoriet. In een rode bosmierloze omgeving zijn het vooral wegmieren, gele weidemieren en de zwarte zaadmier die het menu uitmaken. Groene Spechten hebben het moeilijk als strenge vorst het mierennest verhard. Als het eerst heeft gesneeuwd is het nest nauwelijks of niet bevroren en graaft de specht zich wel door de sneeuw heen. Maar als het eerst vriest en het nest diepgaand is verhard, kan de specht geen mieren meer te pakken krijgen met zijn 10 cm lange tong. In de winter worden naast rode bosmieren mierensoorten gegeten die relatief volkrijke kolonies bezitten, relatief dicht aan het oppervlak overwinteren en ook gemakkelijk zijn te vinden: wegmieren, gele weidemieren en glanzende houtmieren.

Verspreiding in de provincie Groningen

In Vogels van Groningen (1983) werd de Groene Specht beschreven als schaarse broedvogel (12-14 paren). De vastgestelde territoria bevonden zich bijna zonder uitzondering in het Gorecht, Westerwolde en het Westerkwartier. In de Vogelatlas van Groningen (1992) wordt het aantal broedparen zelfs nog iets lager geschat: 9. Ook het aantal blokken waarin de Groene Specht is vastgesteld is in vergelijking met het voorgaande atlasproject aanzienlijk gedaald overeenkomstig het landelijke beeld. Met name het aantal territoria in Westerwolde liep in de eerste helft van de jaren 80 sterk terug. In de tweede helft van de jaren 80 was de Groene Specht als broedvogel zelfs helemaal verdwenen hier. In de Atlas van de Nederlandse broedvogels (2002) wordt melding gemaakt van 3 atlashokken met een zeker broedgeval, 4 met een waarschijnlijk en 3 met mogelijk broedgeval, in totaal dus 10. Voor een 8-tal atlasblokken wordt het aantal broedparen geschat op 1-3. Maximaal zou dat dus neerkomen op 8x3=24 broedparen. Een aantal van deze atlasblokken zijn deels gelegen in Noord Drenthe. Het totale aantal van 24 broedparen lijkt dus een overschatting voor de provincie Groningen. Voor wat betreft de verspreiding blijkt dat in 6 atlashokken broedparen zijn verdwenen en in 3 atlashokken broedparen zijn verschenen. Hierbij valt op dat alle broedparen uit het Westerkwartier zijn verdwenen.

Uit waarnemingen van de afgelopen jaren blijkt dat de Groene Specht behalve in het Gorecht, Westerwolde en het Westerkwartier ook geregeld wordt gehoord en gezien in Winschoten, Scheemda en Midwolda, Stadskanaal, de stad Groningen (met in 2013 drie jongen op begraafplaats de Selwerderhof) en het Lauwersmeergebied. De indruk bestaat dat de verspreiding wat ruimer lijkt te zijn geworden ten opzichte van die beschreven in de Atlas van de Nederlandse broedvogels (2002).

klik hier voor de: Waarnemingen 2014 in Groningen en de Verspreidingskaart 2014 Groningen

GSroepenkl600dpi

In bovenstaande figuur is het aantal roepende Groene Spechten in de provincie Groningen uitgezet voor het tijdvak 1950 t/m 2013 (data: E. Boekema). Weergegeven zijn niet alleen de lachende Groene Spechten maar ook de roepende jongen. De roep en baltsactiviteit van de Groene Specht in onze provincie concentreert zich in de periode tussen begin maart en eind april. De indruk bestaat dat vanaf 2000 deze periode steeds meer naar maart verschuift. Rond begin augustus en oktober zijn kleine pieken in roepactiviteit waar te nemen.

Landelijke trends

De aantalsschatting voor Nederland komt op 4500-5500 broedparen (1998-2000). Midden jaren zeventig broedden nog 6000-7500 paar in ons land. Daarna zette de afname duidelijk door, vooral in het oosten en zuiden. Rond 1985 waren nog 3000-4500 paar over. De soort wordt als kwetsbaar gekwalificeerd en staat op de Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels (2004) omdat de Groene Specht landelijk sterk afnam. De oorzaak was de afname van de rode bosmier, die verdween door vergrassing van bosbodem en heide als gevolg van vermesting en verzuring. Daarnaast is de Nederlandse verspreiding beperkt. In Flevoland, Friesland en Groningen is de vogel schaars.

gsgrafiek

Deze gegevens voor de Groene Specht zijn afkomstig van het Broedvogel Monitoring Project (BMP). Weergegeven is de jaarlijkse populatie-index en de standaardfout, gebaseerd op tellingen in steekproefgebieden in het hele land. De gegevens uit 1984-1989 kunnen minder betrouwbaar zijn (bron: Sovon, CBS).

Echter, sinds de jaren 90 en over de laatste 10 jaar is sprake van een significante toename (<5%) en lijkt de Groene specht begonnen aan een duidelijke opmars in Nederland. Dit geldt met name in de duinstreek en in Zeeland. Oorzaak is de zachter wordende winters waardoor voldoende mieren beschikbaar blijven om de winter goed door te komen. Terugvallen in de populatie-index zijn goed te herleiden tot jaren met strenge winters.

Broedbiologie

De Groene Specht broedt nagenoeg altijd in levende loofbomen. Soms wordt een nieuwe holte gehakt, maar vaak wordt een oud hol gebruikt (zitten vaak in clusters bijeen). Holen hebben een kenmerkende ronde of ovale opening die (i.t.t. andere spechten) niet zelden in deel van stam zit waar zijtakken ontspruiten op een verdikking in de stam. De Groene Specht is zeer broedvast en verlaat nooit het nest bij kloppen tegen de stam en komt daarna ook niet kijken (zoals Grote Bonte Specht). Eileg is van half april tot half mei. De Groene Specht heeft één broedsel per jaar met meestal 5-8 eieren. De broedduur bedraagt 14-15 dagen en de nestjongenperiode bedraagt 23-27 dagen. Nestjongen maken een amper hoorbaar zacht krakend bedelgeluid (i.t.t. luidruchtige Grote Bonte Spechten), behalve rond uitvliegen (luid roepend). Familie blijft nog 3-7 weken intact of wordt verdeeld onder beide ouders.

Doelstelling Vogel van het Jaar 2014

Met dit project willen we de verspreiding van de Groene Specht in de provincie Groningen anno 2014 in kaart brengen. Daarnaast is het de bedoeling een zo nauwkeurig mogelijk beeld te krijgen van het aantal broedparen in onze provincie.

Telrichtlijnen volgens SOVON

De beste tijd van het jaar is begin februari t/m eind juni. Datumgrenzen: 1 maart t/m 31 mei, beste tijd van de dag: vooral in de ochtend. Methode: (standaard) Territoriumkartering.

GSsovongrafiek

groenespecht

Foto: Erik Bazuin

Hoe kan jij meedoen?

In een vastomlijnd gebied breng je de vogels in kaart die zich territoriaal gedragen of anderszins aangeven ter plaatse broedvogel te (kunnen) zijn. Dit gebeurt een aantal malen in de loop van het broedseizoen.

  • Aanwijzingen: Roepende vogels, met zichtwaarnemingen als aanvulling.
  • Baltsroep (lach, vooral maart-begin mei, ongepaarde vogels ook later) wordt door beide geslachten voortgebracht; let dus bij simultaan roepende vogels op de onderlinge afstand en het optreden van conflicten (bij korte afstand en geen conflict: waarschijnlijk een paar).
  • Vluchtroep (geagiteerd 'kruu..kruu') is niet territoriaal, roffelen komt vrijwel niet voor. Let wel, de soort kan zich snel over een grote oppervlakte verplaatsen en daarbij op verschillende ver uit elkaar liggende plekken roepen, zowel in grote bossen als in halfopen gebied met kleine bosjes.
  • Foeragerende vogel (op de grond: mieren!) kan op grote afstand van nest zijn. De kans op nestvondst is niet groot.
  • Waarnemingen na half juni op locaties waar niet eerder Groene Spechten vastgesteld zijn, kunnen uitgevlogen jongen van elders betreffen.

Wat doen wij?

  • Na afloop van het broedseizoen worden de waarnemingen volgens vaste criteria herleid tot aantallen territoria/broedparen. Deze interpretatie kan plaatsvinden via het computerprogramma Autocluster of handmatig, volgens de richtlijnen in de handleiding.
  • Nestindicatieve waarnemingen (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) tellen altijd.
  • In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts: bij 1-12 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 1 maart t/m 31 mei bij 13+ geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 1 maart t/m 31 mei. De fusieafstand bedraagt 1000 m.
  • Op deze website kun je gedurende dit jaar een kaart raadplegen van de verspreiding.
  • De uiteindelijke bevindingen zullen worden gepubliceerd in de Grauwe Gors van 2015 en mogelijk op een lezingenavond.

Tot slot

 

Wij hopen dat zoveel mogelijk mensen aan dit project mee willen doen. Als er vragen zijn dan kunnen deze gemaild worden naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Geraadpleegde bronnen

  • Boekema, E.J., P. Glas en J.B. Hulscher(1983). De vogels van de provincie Groningen, p. 255.
  • van den Brink, H.,Furda, J., van Klinken, J., van Scharenburg, K. (1992) Vogelatlas van Groningen, pp. 120-121
  • Van Turnhout, C. 2002. Groene Specht Picus viridis pp. 296-297 in: SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000.
  • SOVON Handleiding voor Broedvogelonderzoek van Arend-Jan van Dijk en Arjan Boele uit 2011. -download het PDF-bestand

Namens de Werkgroep Vogel van het Jaar, Jan Henk & Henk de Lange

Geluiden: via deze site zijn veel vogelgeluiden te horen van de Groene Specht: http://www.xeno-canto.org

Filmpjes:

Ook in Duitsland is die vogel van het jaar 2014, voor de grensgevallen!?

Meer Filmpjes: klik hier voor de diverse filmpjes van de Groene Specht.

 

Links: